Bed Rugs :: “Shit, we hebben een goede plaat gemaakt”

Broken Glass Heroes is nauwelijks gestopt of er staat al een opvolger te trippelen om de arena te betreden. De psychedelische sixtiespop van Bed Rugs is echter nóg aanstekelijker. Flarden van The Beatles, Grandaddy en Tame Impala echoën op eerste langspeler ‘8th Cloud’ die Pascal Deweze als producer voor zijn rekening heeft genomen. Begin februari staat het viertal als poulain van Tim Vanhamel op de bühne van de Ancienne Belgique. Een reden te meer voor het viertal om zijn ambities niet onder stoelen of banken te steken. Het is een kwestie van tijd vooraleer Bed Rugs als een oorwurm bij het grote publiek binnendringt.

 Tot enkele jaren geleden gingen jullie als The Porn Bloopers door het leven. Is het niet vreemd om alles overboord te gooien en onder een nieuwe naam te beginnen?
Noah Melis:
(drums) “Dat ging vrij organisch. We hebben altijd graag naar popmuziek geluisterd, enkel Arne (Omloop, bassist, elv.) houdt voornamelijk van harde muziek. Toen hij voor drie maanden in het buitenland zat, zijn wij snel popsongs beginnen schrijven. Bij zijn terugkomst had hij geen andere keuze meer.”
Stijn Boels:
(zang, gitaar) “Er is niet echt over nagedacht, we hebben enkel onze songstructuur wat aangepast. We waren het beu om constant te riffen. Met Bed Rugs liggen er ook veel meer mogelijkheden. De songs op ‘8th Cloud’ zijn volwassen, Bed Rugs is véél beter dan The Porn Bloopers.”
Noah:
“De veranderingen hebben ook economische voordelen. Vroeger versleet ik drie paar drumstokken per optreden, nu gebruik ik al een half jaar hetzelfde paar.”
Stijn:
“Het is dus uit besparingsoverwegingen dat we popmuziek zijn beginnen maken.”

Broken Glass Heroes introduceerde vorig jaar de sixtiespop terug in België. Het moet een opluchting zijn om te zien dat zoiets hier ook werkt.
Noah:
“Misschien hebben ze hun succes wel te danken aan hun uitstraling. Ik ben blij dat ze met Broken Glass Heroes het publiek hebben warm gemaakt voor sixties. Dat hoor je zelden bij Belgische bands, voornamelijk eighties en nineties komen de laatste tijd terug.”
Stijn:
“Het is een trend om een nostalgische sound in nummers te verwerken, maar dat was ons doel niet. We wisten in ons hoofd waar we naartoe wilden en die elementen uit de jaren zestig hoorden daar nu eenmaal bij.”

In hoeverre geloven jullie in de slaagkansen van de band?
Noah:
“Dat hangt ervan af hoe frequent we op de radio worden gedraaid. Veel mensen zijn gewoontebeestjes. Als ze ons regelmatig horen of zien, vergroot de kans op een doorbraak.”
Stijn:
“We zijn echt héél ambitieus, we zien het dan ook groot. Blijkbaar zijn er interessante mensen die in ons geloven. Daar willen we misbruik van maken en onze kans grijpen. Als we nog meer moeite in de band steken dan nu, kunnen we er alleen maar voordeel uit halen.”
Noah:
“Tegenwoordig bereiken we mensen van overal. The Porn Bloopers had enkel een freaky fan in Los Angeles. Nu komen we zelfs op Amerikaanse en Zwitserse blogs.”
Stijn:
“Het is eenvoudig: we moeten op concerten kei hard asskicken, dan ligt de weg open.”

De lat ligt duidelijk hoog. Komt er veel druk bij kijken?
Noah:
“Het voelt niet aan als druk. Ik kan mij geen leven voorstellen zonder muziek. Ik word wakker en kijk meteen of er bandgerelateerde e-mails zijn binnengekomen. Ook recensies lezen vind ik fantastisch, zelfs al is het negatieve commentaar. We hebben al doodsbedreigingen gekregen op YouTube, maar dat is geweldig, toch? Onze videoclip wordt tenminste bekeken. Ze mogen nog duizend keer zeggen dat ik homo ben en moet doodvallen.”

Zijn jullie nu goede songschrijvers geworden?
Noah:
“Het is onbedenkelijk hoeveel Pascal Deweze ons heeft bijgeleerd. We wisten wel hoe we een song moesten schrijven qua structuur, maar hij perfectioneert alles wat we doen.”
Stijn:
“We vroegen er expliciet achter om onze songs te veranderen. Hij stelde wijzigingen voor waar wij op verder werkten. Pascal is gewoon de Belgische…” (denkt na)
Noah:
“De Belgische John Lennon, zeg het maar.”
Stijn:
“Nee, ik wilde geen naam noemen. Hij is gewoon iemand dat elk genre aankan, net als Mauro Pawlowski. Pascal kan een song schrijven van begin tot einde en hij herkent blindelings wat goed of minder goed is. Hij heeft ook al zoveel ervaring opgedaan.”
Noah:
“We zochten in de eerste plaats een grotere Beatlefan dan ons als producer. Die hebben we met Pascal gevonden.”

Het verschil tussen de demo van ‘What Does It Mean?’ en de afgewerkte versie is enorm. Is dat de verdienste van Pascal Deweze?
Stijn:
“Pascal heeft dat in ons losgeweekt. Hij herkent de goede elementen en stelt voor om daar op verder te bouwen. En zo blijft het duren. Hij gaat op zoek naar hoe wij een song kunnen verbeteren op onze eigen manier.”
Noah:
“We hebben bijvoorbeeld lang gesukkeld met ‘Dream On’. Hij heeft ons toen aangeraden om het zelf uit te zoeken. We zijn beginnen spelen en drie uur later was de song afgewerkt. In de toekomst willen we eerder die kant uitgaan. We hebben onlangs een nieuw nummer geschreven, en het mag gezegd: we zijn duidelijk betere songschrijvers geworden.”

Wanneer wisten jullie dat jullie richting psychedelische pop wilden gaan?
Stijn:
“Bij mijn geboorte.” (lacht)
Noah:
“In mijn geval was dat echt zo. Toen ik drie jaar was kende ik bijna alle nummers van The Beatles omdat mijn moeder die mij met de pollepel had meegegeven. Het is gewoon een genre dat ons interesseert en blijft boeien. Onze favoriete bands klinken ook psychedelisch.”
Stijn:
“We hebben nooit beslist om die richting uit te gaan. We luisterden nu eenmaal veel naar psychedelische popmuziek. Je absorbeert bepaalde elementen en probeert er automatisch een eigen ding van te maken.”

Hoe gaat Bed Rugs zich onderscheiden van de rest?
Noah:
“Op internationaal vlak zijn we niet origineel, maar binnen België wel. We kunnen een opvallende band worden omdat geen enkele andere groep hier dezelfde muziek maakt.”
Stijn:
“Daar moeten we misbruik van maken.”

Vindt Pascal Deweze jullie een goede band? Is dat belangrijk voor een producer?
Noah:
“Ik denk niet dat hij fan is van alles wat hij opneemt. Alhoewel, hij kan daar kieskeurig in zijn. Vorig jaar hebben we met oudjaar een concert gegeven om middernacht. Pascal was toen aanwezig en bleek niet meteen onder de indruk. Blijkbaar heeft hij nadien in de auto tegen zijn vrouw gezegd dat hij niet wist wat hij met ons moest aanvangen.”
Stijn:
“We hadden toen veel bier gedronken. Of neen, die avond was er cava.”
Noah:
“Toegegeven, het optreden was slecht. Achteraf is hij wel komen zeggen dat onze plaat misschien wel de beste is die hij de afgelopen jaren heeft geproducet.”
Stijn:
(serieus) “Zeg dat niet. Alleen hij mag zoiets zeggen.”
Noah
: “Ik herhaal gewoon zijn woorden. Hij was verrast, ik zal het zo zeggen.”
Stijn:
“Maar we waren zelf ook verrast van ‘8th Cloud’. Shit, we hebben een goede plaat gemaakt.”

Het is opmerkelijk dat Stijn zich voornamelijk eerder schuchter opstelt, terwijl Noah steeds optimistisch is.
Stijn:
“Morgen is dat waarschijnlijk omgekeerd, dan ben ik overenthousiast. We houden elkaar met z’n vieren in evenwicht, eigenlijk zijn wij één geheel. We moet elkaar motiveren en wakker houden. En regelmatig uitdagen, dat ook.”
Noah:
“Bed Rugs is vergelijkbaar met een relatie.”
Stijn:
“Een ingewikkelde relatie.”

Tekst: Elmo Lê van
Foto: Iphygenia Dubois


Verschenen in RifRaf.